Recensie Literaire Debuten

by Frederick on January 14, 2012

Het boek laat zich op een plezierige manier lezen, zowel om het humoristische taalgebruik, de nihilistische visie, als om de gefragmenteerde beschrijving van zijn leven.

http://www.literairedebuten.nl/Fictie/review/90/Het_Reuzenrad

Frederick signeert op de Boekenbeurs

by Frederick on November 9, 2011

Dag vrienden,

Op vrijdag 11 november tussen 14u en 16u vinden jullie me in Hal 1 aan stand 121 Artus Uitgevers (over Gerty Christoffels en naast het toilet).

Ondertussen doet mijn filmpje over signeren op de Boekenbeurs het erg goed op YouTube:

Tot dan!
Frederick

Radio2 interview over Signeren met Piet

by Frederick on November 8, 2011

Vandaag in Middagpost bij Radio2.

ELLE.

by Frederick on June 17, 2011

Elke publicatie doet me altijd bijzonder veel plezier. Maar ELLE is toch iets speciaals. Much obliged, Elle.

Vanaf vandaag in de boekhandel.

by Frederick on May 13, 2011

“De American Dream is volledig passé”

by Frederick on March 30, 2011

Frederick Morel vertaalt Engelstalig debuut naar het Nederlands
door Max Dedulle

Afgelopen winter tekende de jonge Gentenaar Frederick Morel voor een van de meer opvallende debuutromans van het jaar. ‘The Ferris Wheel’ was een Engelstalige ‘New York novel’, geheel in de stijl en de traditie van de Brat Pack. Deze groep Amerikaanse auteurs maakte vooral furore in de jaren ’80, met spraakmakend werk van onder meer Bret Easton Ellis en Jay McInerney. Veel on-Vlaamser kan een debuut niet worden, en ‘The Ferris Wheel’ kon dan ook op de nodige media-aandacht rekenen. Volgende maand verschijnt bij Artus de Nederlandse vertaling, waarmee Morel wil bewijzen meer te zijn dan ‘een erg leesbaar curiosum’, zoals een recensie het formuleerde. Een gesprek.

Hoe waren de reacties op ‘The Ferris Wheel’ tot nu toe?
De recensies gingen van positief tot waanzinnig positief, soms tot op het punt dat ik zelf vond dat het er over was (lacht). Ik weet ook wat het boek waard is, en ook wat het niét waard is. Natuurlijk ben ik blij als mensen positief zijn, al vond ik dat de meeste recensies iets te veel hamerden op het feit dat ik een Belg ben die in het Engels debuteert. Ik hoop dan ook dat de eventuele recensies van de vertaling het gewoon als een ander Nederlandstalig boek zullen bespreken. De gimmick is weg.

Hoe heb je contact gezocht met een Nederlandstalige uitgeverij?
Na mijn interview in ‘De Zevende Dag’ hebben drie uitgeverijen mij benaderd. Twee heel grote en Artus. Zij waren de eerste om mij te benaderen, en zij zijn ook met mij gaan eten. Ik dacht: “Als ik dit laat schieten, en de grote uitgeverijen zeggen nee, dan heb ik niets”. Een groot voordeel van een kleinere uitgeverij is dat ik nu heel veel inspraak heb. Zelfs over het coverontwerp heb ik mijn zegje mogen doen tot in het kleinste detail, en daar ben ik uiteraard zeer gelukkig om. ‘Het Reuzenrad’ verschijnt op 1500 exemplaren, wat toch al veel is.

Ook de vertaling heb je zelf gedaan.
Ja. Er zijn twee mensen begonnen aan de vertaling, en dat was zeker niet slecht, maar ik herkende mijn boek niet meer. Wat mij vaak stoort aan veel Nederlandstalige literatuur, zijn overtollige adjectieven en lange zinsconstructies.

“Ik hoop dat de recensies de vertaling meer als een ander Nederlandstalig boek zullen bespreken. De gimmick is weg.”

Ik probeer zoveel mogelijk van het snappy Engelse ritme in het Nederlands te behouden. Wie weet beter dan de auteur welke sfeer erin te houden? Ik had het op voorhand niet verwacht, maar nu ben ik echt tevreden. Desondanks is de vertaling 600 woorden langer dan het origineel, dat vond ik wel opvallend. Het is een verschillende taal, en het Engels is volgens mij in zekere zin compacter.

Triestige kerel

Je zegt zelf erg beïnvloed te zijn door de Brat Pack. Hoe vertaalt zich dat in je boek?
Mensen die mijn eerste hoofdstukken nalazen, vertelden me dat mijn korte zinnen de sterkste waren. Zo ben ik systematisch in die korte, strakkere stijl gaan schrijven. Natuurlijk komt dat deels door veel werk van schrijvers als McInerney en Janowitz te lezen, en andere auteurs zoals Raymond Carver. Ik wist dat die stijl mij ook goed af ging. Maar ik hoop dat ik ooit anders zal kunnen schrijven, meer in de stijl van een Saul Bellow bijvoorbeeld. Ik denk dat je evolueert als schrijver.

Is er ook een thematische invloed? Een schrijver als McInerney schrijft typische ‘city novels’, en dat is ‘Het Reuzenrad’ ook in zekere zin.
Dat was oorspronkelijk de bedoeling niet. Maar de essentie van het boek is eigenlijk nooit echt New York geweest. Ik was iets helemaal anders aan het schrijven, en het was toen ik naar New York ging, dat ik dacht: “Ik ga een New York-hoofdstuk schrijven”. En dat werden er dan twee en drie, waarna ik het dan maar helemaal naar een ‘New York novel’ heb laten evolueren. Ik ben een grote fan van Douglas Coupland, en was enorm bang om te veel op een kloon te lijken. Dus ik heb eigenlijk bij geen kat die naam laten vallen (lacht). En dan zeggen mensen plots dat het hen doet denken aan Jay McInerney, tja.

Met één cruciaal verschil: zij schreven in de jaren ’80, jij in de jaren 2000. Een post-9/11 wereld.
Dat is het verschil, ja. Mijn hoofdpersonage is een triestige kerel, je kan er niet echt een held in zien. Terwijl bijvoorbeeld Patrick Bateman uit ‘American Psycho’ een held is, een idool. Oké, hij steekt arme bejaarden en kinderen neer, maar ik heb het over het personage op zich. Een heel sterke figuur, een winner, bijna een Charlie Sheen van de eighties (lacht). Het hoofdpersonage uit ‘Bright Lights, Big City’ van McInerney is iets meer zoals mijn Paul, maar ook daar heb je het dromerige, het levendige, de sfeer van ‘We gaan het hier wel maken’. Het heeft ook een happy end. Ik vond het niet meer opportuun om de echte American Dream nog op te voeren, dat is passé.

Het clichématige New York

Anderzijds, er zijn al veel auteurs die al lang vóór de Brat Pack die American Dream hebben aangevallen. Arthur Miller deed het in de jaren ’40 al met ‘Death of a Salesman’.
Ja, maar ik heb er bij het schrijven van ‘The Ferris Wheel’ ook nooit over nagedacht als een ontmaskering van die American Dream. Dat is iets waar je pas over nadenkt als je je afvraagt wat je in het persbericht gaat schrijven. Ik wou gewoon een verhaal schrijven over Paul, een kerel die naar New York trekt om het te maken en daarin faalt. Dat is een heel cliché verhaal, maar ik denk dat het iets leuks is om mee te werken bij een debuut. Een vast patroon waar je mee aan de slag kan. Ik was niet zo ambitieus om te denken dat ik een Great American Novel aan het schrijven was. Een kritiek erop formuleren, dat zou ik waarschijnlijk niet kunnen. Het zou ook maar verwaand zijn om dat als Belg op mijn zesentwintigste te proberen.

Je zegt dat nu wel, maar ‘Het Reuzenrad’ is minstens een ‘American novel’, vol verwijzingen naar die cultuur. De personages gaan niet zomaar koffie drinken, ze drinken een Venti Latte bij Starbucks. Ze lopen niet zomaar over straat, ze lopen over, ik zeg maar wat, 57th street.

Ik wou Amerika tonen zoals Paul het ziet. Hij komt uit Claremont, New Hampshire, een stadje met 13000 inwoners. Het New York dat hij kent en ervaart, is het New York dat hij kent uit boeken en films. Misschien is hij er wel nooit geweest.
Hij pretendeert veel te zijn dat hij niet is, zoals een graduate student aan Columbia University. Daarom zitten al die verwijzingen erin: hij ervaart New York op een vrij clichématige manier. Het was de bedoeling om een roman te schrijven die je eigenlijk moet herlezen, om je af te vragen wat waar is en wat niet. Paul maakt zichzelf wijs dat hij kan zijn wie hij wil. De droomsequenties, bijvoorbeeld, dat kunnen dromen zijn of flashbacks.

Hij wil de succesvolle New Yorker zijn die hij niet is. Herken je daar iets van jezelf in?
Een jaar geleden had ik meteen naar New York willen verhuizen. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat ik het hier in Gent ook best goed heb. Ik hoop dat ik ooit zal kunnen zeggen dat er niets meer van mij in Paul zit. Tevreden kunnen zijn met wat je hebt, dat is ook mijn uitdaging.

‘Het Reuzenrad’ verschijnt in mei bij Uitgeverij Artus.